Geschreven in Villamura, Algarve, Portugal in de lente van 1997.
.
- De patiënt -druggebruiker is een patiënt zoals de anderen. Op zijn verzoek zal hij informatie, luisterbereidheid en een therapeutische benadering verkrijgen waarop elk menselijk wezen recht heeft . De patiënt heeft recht op het meest strikte respect voor zijn intimiteit en voor zijn geheim. Hij heeft recht op persoonlijke, globale, voortdurende zorgen die voor hem toegankelijk zijn zowel op sociaal en financieel gebied.
- De huisarts die de patiënt -druggebruiker wil verzorgen zal erop waken hem dezelfde voorwaarden van zorgenverstrekking te bezorgen als de andere patiënten, welke ook de plaats is waar die zich bevindt. De huisarts zal erop waken de noodzakelijke bekwaamheid te verwerven om deze druggebruikers te begeleiden in hun levensweg.
Door zijn bekwaamheid en zijn levenshouding te ontwikkelen, bij voorkeur in dialoog met zijn collega's, zal hij erop waken zijn bekwaamheid te behouden op het gebied van de toxicomanie.
De continuïteit en de coördinatie van de zorgen doorheen een multidisciplinair netwerk zullen in het centrum van zijn aandacht staan.
-
Deze benadering van de zorgenverstrekking zal gebaseerd zijn op een globale visie van het menselijk wezen waarbij de biologische, psychologische en socio-culturele dimensie in rekening gebracht worden. De huisarts van de druggebruiker zal erop toezien om de gezondheidsopvoeding en de preventie te integreren in de curatieve praktijk. Hij zal bijzonder waken over de primaire preventie, de opsporing, de revalidatie en over het inzicht in de potentiële schadelijkheid van zijn eigen praktijk. Hij zal de aangepaste psychotherapeutische middelen verschaffen en zal waken over zijn eigen mentale en fysieke gezondheid.
-
Indien de huisarts verslavende middelen gebruikt als behandeling zal hij erover waken om alle nodige voorzorgsmaatregelen te nemen voor de bescherming van de gezondheid van zijn patiënten en van de collectiviteit. In om het even welke omstandigheden, zal geen enkele behandeling mogen ingezet worden zonder een overwogen akkoord tussen de patiënt en zijn persoonlijke geneesheer. Indien de behandeling het gebruik van verslavende producten noodzakelijk maakt, mag ze in geen enkel geval bruusk onderbroken worden. De geneesheer zal zich beschermen tegen elke morele of financiële druk tegenover de patiënt die door verslavende middelen behandeld wordt. Een dergelijke behandeling die zich over verschillende jaren kan uitstrekken, gaat gepaard met de psychosociale revalidatie van de patiënt en moet voortgezet worden onafgezien de gebeurtenissen die het leven van de patiënt kunnen wijzigen.
MJ, 1997
|