CESSE-ULB & ECOLAS voor de DWTC


Haalbaarheidsstudie voor de creatie van een Metadatabank inzake Duurzame Ontwikkeling

Version française

Inhoudsopgave

1. Inleiding

2. Achtergrond

3. Strategische doelstelling

4. Afbakening van de relevante gegevens voor duurzame ontwikkeling

5. Evaluatie van de behoefte en toepassingsmogelijkheden/knelpuntenanalyse

6. Overzicht en evaluatie van analoge initiatieven

7. Voorstel tot een progressieve ontwikkeling van een metadatabank

8. Conclusie


1. Inleiding

In opdracht van de Federale Diensten voor Wetenschappelijke, Technische en Culturele Aangelegenheden werd 'De haalbaarheidsstudie voor de creatie van een metadatabank inzake duurzame ontwikkeling' uitgevoerd door het Centrum voor Economische en Sociale Studies van het Leefmilieu (Centre d'Etudes Economiques et Sociales de l'Environnement) van de Université Libre de Bruxelles (ULB) in samenwerking met het studiebureau Ecolas.

Dit document biedt een samenvatting van de resultaten van deze studie.

2. Achtergrond

De ontwikkeling van een metadatabank inzake duurzame ontwikkeling dient te beantwoorden aan de doelstellingen die worden vooropgesteld. Hiervoor kan in eerste instantie worden verwezen naar de doelstellingen van Agenda 21 en specifiek van Hoofdstuk 40 'Information for decision-making'. Het optimaliseren van de besluitvorming wordt als een essentieel onderdeel gezien van duurzame ontwikkeling. Twee programmadomeinen worden noodzakelijk geacht om te verzekeren dat toekomstige beslissingen gebaseerd zijn op correcte (sound) informatie, met name :

Om dit te verwezenlijken worden volgende activiteiten voorgesteld :

'Countries ... should carry out inventories of environmental, resource and developmental use, based on national/global priorities for the management of sustainable development. They should determine the gaps and organize activities to fill those gaps'

'Governments should consider undertaking the necessary institutional changes at the national level to achieve the integration of environmental and developmental information'

'Countries ... should establish supporting mechanisms to provide local communities and resource users with the information and know-how they need to manage their environment and resources sustainably, ...'

De uiteindelijke doelstelling is 'het bevorderen van besluitvormingsprocessen' voornamelijk op het politieke niveau, zodanig dat duurzame ontwikkeling gerealiseerd wordt. Besluitvormingsprocessen worden in de realiteit in grote mate beïnvloed door de beschikbaarheid van concrete informatie. Er dient aldus aan twee eisen voldaan te worden om hieraan tegemoet te komen :

Beide zijn noodzakelijke voorwaarden. Het beschikbaar maken van de informatie alleen, garandeert nog geen gebruik. Het concretiseren van de gegevens maakt de informatie aantrekkelijk doch het gebruik zal aan de andere kant afhangen van de beschikbaarheid (snel en eenvoudig oproepen van de informatie). Het concretiseren van de gegevens is aldus een prioriteit naast het beschikbaar stellen.

3. Strategische doelstelling

Uitgaande van een visie om van de metadatabank een succes te maken inzake :

wordt de volgende strategische doelstelling vooropgesteld :

'Op een snelle en eenvoudige wijze aan iedereen binnen België de mogelijkheid te geven concrete gegevens op te zoeken inzake duurzame ontwikkeling

of naar hun bron verwezen te worden'

Deze strategische doelstelling houdt dus ook beperkingen in :

Uitgaande van deze strategische doelstelling dient de metadatabank aldus op twee wijzen uitgebouwd te worden :

De progressieve ontwikkeling van een metadatabank omvat dus twee gedeeltes, een functioneel inhoudelijk (wat zijn de concrete gegevens ?) en een studie van het optimale technologisch alternatief om de strategische doelstelling te kunnen verwezenlijken (hoe kan iedereen op een eenvoudige en snelle wijze informatie inzake duurzame ontwikkeling bevragen ?).

De wijze waarop de metadatabank dient ontwikkeld te worden vormt het onderwerp van de haalbaarheidsstudie en hiertoe werden met name volgende vragen beantwoord :

4. Afbakening van de relevante gegevens voor duurzame ontwikkeling

Zowel de oorspronkelijke definitie van duurzame ontwikkeling volgens Brundtland als de domeinafbakening volgens Agenda 21 laten geen operationele toepassing toe voor de afbakening van de relevante gegevens. Om duurzame economische groei te meten moet overgegaan worden tot operationele concepten, waartoe meestal indicatoren worden gebruikt. Volgens de Verenigde Naties worden deze indicatoren gegroepeerd volgens de vier kernwoorden sociaal, economisch, milieu en institutioneel. Duurzame ontwikkeling is aldus een zeer breed domein dat hiërarchisch kan samengevat worden in de vier kernwoorden : sociaal, economisch, milieu en institutioneel, en alle interdisciplinaire verbanden.

Er bestaat evenwel nog geen consensus omtrent het te gebruiken kaderwerk voor de selectie van indicatoren voor duurzame ontwikkeling. Er is wel een akkoord dat deze consensus dringend nodig is, voornamelijk voor de eenduidigheid van de inzameling van informatie te bevorderen evenals een wereldwijd gebruik ervan. Op regionaal niveau zijn uitgebreide en nuttige iniatieven voorhanden met betrekking tot indicatoren voor duurzame ontwikkeling, enerzijds VRIND (Vlaamse Regionale INDicatoren) in Vlaanderen en anderzijds BRES (Brussel Economisch en Sociaal) in het Brussels Gewest.

5. Evaluatie van de behoefte en toepassingsmogelijkheden/knelpuntenanalyse

Er werden interviews gehouden met nationale en internationale experten en een enquête werd rondgestuurd naar Belgische potentiële gebruikers en leveranciers van informatie inzake duurzame ontwikkeling. De enquête, opgesteld in het Nederlands en het Frans, werd verspreid over een steekproef van 200 verantwoordelijken van onderzoekscentra, administraties, ministeries, studiebureaus en NGO's. Op 200 verstuurde vragenlijsten werden er 50 ontvangen (25%).

Uit de resultaten van de enquête en de interviews blijkt het sterke ecologische karakter van duurzame ontwikkeling voor België. Het is het enige domein dat op alle aspecten als zeer belangrijk wordt aangegeven. De informatie met betrekking tot duurzame ontwikkeling wordt over het algemeen als te weinig beschikbaar ervaren en dit zeker voor economische, sociale en institutionele gegevens. Papier is nog steeds het meest gebruikte middel om informatie te verspreiden, evenwel is er een belangrijke behoefte aan digitale middelen. Verder blijken er tal van problemen te zijn inzake het gebruik van gegevens die tot het domein van duurzame ontwikkeling behoren : het voornaamste probleem is het decentraal karakter van de gegevens wat nog versterkt wordt door de regionalisering van bepaalde bevoegdheden betreffende duurzame ontwikkeling, zoals milieu. De federalisering en de regionale bevoegdheden versterken enerzijds de behoefte aan een federale metadatabank, anderzijds doen zij de knelpunten toenemen met betrekking tot de organisatie ervan. Andere voorname problemen betreffen de standaardizatie en de kwaliteit van de gegevens. Standaardizatie is functie van de selectie van de beschrijvingsstandaard wat aldus een cruciaal onderdeel is van het welslagen van de metadatabank op langere termijn. Veel werk gebeurt op internationaal niveau inzake de ontwikkeling van metadata-standaarden.

6. Overzicht en evaluatie van analoge initiatieven

Diverse initiatieven met betrekking tot de ontwikkeling van metadatabanken en databanken gebeuren op verschillende subdomeinen van duurzame ontwikkeling zonder evenwel overkoepelend te zijn. Zo zijn er ook tal van regionale initiatieven, voornamelijk in Vlaanderen, m.b.t. databanken of metadatabanken, en meestal betreffende milieu. Deze initiatieven zijn reeds een geruime tijd in voorbereiding en komen de laatste 2 jaar tot volledige operationele ontplooiing waarbij ze een leidende rol innemen op hun gebied evenwel zonder onderlinge afstemming tussen de verschillende domeinen. Een interessant gegeven is dat al deze initiatieven geëvolueerd zijn naar een bijkomende toepassing op Internet (of consultatie via modem) en dit voornamelijk door het groot potentieel dat deze IT-middelen bieden en de exponentiele toename in gebruik.

Uitgaande van het onderzoek zijn enkele kritische succesfactoren geïdentificeerd met betrekking tot het welslagen van de metadatabank :

7. Voorstel tot een progressieve ontwikkeling van een metadatabank

Rekening houdende met de strategische doelstelling en de resultaten van de studie wordt voorgesteld dat de metadatabank uit twee delen wordt opgebouwd :

  1. een metadatabank op zich, gebaseerd op een optimaal technologisch gebruiksconcept om de strategische doelstelling te kunnen verwezenlijken (hoe kan iedereen op een eenvoudige en snelle wijze informatie inzake duurzame ontwikkeling bevragen?) en waarin vooral de bronnen aan bod komen
  2. een indicatoren databank geënt op de metadatabank

7.1. Databank voor indicatoren van duurzame ontwikkeling

Uitgaande van de strategische doelstelling dient de metadatabank o.a. een databank te bevatten van concrete informatie die de doelstelling heeft de besluitvormingsprocessen (op het politieke, administratieve en multidisciplinaire onderzoeksniveau) te bevorderen

Regionale indicatoren zoals VRIND en BRES hebben een groot potentieel om op een eenvoudige wijze informatie snel door te spelen naar beleidsmakers. Evenwel stelt duurzame ontwikkeling nieuwe eisen aan een dergelijk concretiseringsproces, eerst en vooral door het zeer brede domein, ten tweede, om tegemoet te komen aan de multi/interdisciplinaire informatiebehoeftes, ten derde, gezien de federalisering geleid heeft tot een toenemende versnippering en destandaardizatie van de informatie. Gezien de VRIND en BRES-indicatoren verschillend zijn kan het duurzame ontwikkelingsproces tussen Vlaanderen en Brussel ook niet vergeleken worden via deze indicatoren. Regionale indicatoren hebben ook geen waarde naar de rapportering inzake de federale status met betrekking tot internationale problemen indien de regionale indicatoren niet op internationale lijst geschoeid zijn. Het voorgaande wil niet zeggen dat er geen nood is aan specifieke regionale indicatoren.

Duurzame ontwikkeling stelt nieuwe eisen aan concrete informatie, of :

'De overgang naar duurzame ontwikkeling vereist dat besluitvormers hun eigen acties evalueren en dat zij correctieve maatregelen kunnen nemen die hun eigen performanties inzake duurzame ontwikkeling kunnen sturen. Hiervoor zijn instrumenten nodig die over het algemeen aangeduid worden als indicatoren voor duurzame ontwikkeling (zie Berloznik et al., 1996).'

Deze nieuwe eisen worden het best vertaald door het kaderwerk voorgesteld door UNEP & DPCSD (1995) dat de indicatoren ontwikkelt en indeelt volgens de vier stappen van het besluitvormingsproces, met name :

Van de concretisering van de informatie ter optimalisatie van de besluitvormingsprocessen in het kader van duurzame ontwikkeling (zie doelstellingen Agenda 21) wordt aldus aanbevolen een databank te creëren waarbij diverse indicatoren zijn gekwantificeerd, die specifiek gekozen zijn in functie van hun relevantie voor het besluitvormingsproces.

Overeenkomstig de aanbevelingen van het rapport 'Wetenschappelijk Onderzoek en Duurzame Ontwikkeling' (Berloznik et al., 1996) komt dit neer op het 'opzetten en onderhouden van een goed functionerend informatiesysteem ... waarbij de ontwikkeling van specifieke indicatoren voor duurzame ontwikkeling deel uitmaakt van een geïntegreerd informatiesysteem. Dergelijke indicatoren zijn een belangrijke hulp voor beleidsmakers.'

7.2. Metadatabank voor duurzame ontwikkeling

De metadatabank voor duurzame ontwikkeling heeft tot doelstelling de beschikbaarheid van de informatie te verbeteren door de creatie van een centraal gecoördineerd informatiesysteem waardoor 'iedereen op een snelle en eenvoudige wijze binnen België de mogelijkheid heeft gegevens op te zoeken inzake duurzame ontwikkeling of naar hun bron verwezen te worden'

Het succesvol invullen van de strategische doelstelling zal in grote mate afhangen van het gekozen technologisch alternatief, specifiek met betrekking tot het 'snel en eenvoudig bevragen van informatie'. In de studie werden verschillende alternatieven met elkaar vergeleken, die gekozen werden in functie van het strategisch belang dat aan informatietechnologie wordt gehecht. In zijn basisvorm 'en dan ook louter als ondersteuning bedoeld' komt dit neer op een eenvoudige inventaris van metadata. In zijn :meest vooruitstrevende vorm is het een 'coöperatief gedistribueerd systeem op Internet' :

Dit laatste alternatief wordt aanbevolen voornamelijk om de strategische doelstelling te verwezenlijken. Daarnaast garandeert het de ontwikkeling van het nodige potentieel voor een valorizatie van de gegevens op internationaal niveau. Dit noodzaakt een progressieve ontwikkeling die in volgende fasen wordt voorgesteld (onafhankelijk van de ontwikkeling van de databank met indicatoren) :

Daartoe is een operationele cel nodig voor de ondersteuning en de coördinatie van de metadatabank die logischerwijs dient geïnstalleerd te worden op het niveau van de Federale Diensten voor Wetenschappelijke, Technische en Culturele Aangelegenheden (DWTC). Enerzijds kan er gebruik gemaakt worden van het bestaand netwerk (Belnet), anderzijds vormt de metadatabank een operationeel element van het informatiekruispunt voor duurzame ontwikkeling.

Daarnaast wordt de behoefte gezien aan een centrum voor standaardizatie van de meta-informatie inzake duurzame ontwikkeling, zodanig dat een harmonizatie kan gebeuren op federaal en regionaal niveau dat aansluit met de internationale tendenzen. Rekening houdende met expertise en de bevoegdheden wordt in de studie aanbevolen dit op te richten bij het Centrum voor Wetenschappelijke en Technische Documentatie (CWTD). Evenwel dient ook een intensieve communicatie opgestart met o.a. het VMM, zijnde het Nationaal ReferentieCentrum voor CDS van het Europees MilieuAgentschap (EMA).

De periode van lancering van de metadatabank is voorzien voor een periode van 4 jaar gedurende dewelke volgende functies in een eerste fase nodig zijn voor de operationele cel : coördinator, informaticus, enquêteur-adviseur, verantwoordelijke standaardizatie en sekretariaat.

Op te merken valt dat de personeelsbehoeften deels kunnen ingevuld worden door het reeds aanwezig personeel op de DWTC, deels kan beroep gedaan worden op extra personeel via aanwerving en/of via externen.

8. Conclusie

Zowel uitgaande van de internationale context met betrekking tot duurzame ontwikkeling zoals weergegeven in Agenda 21, als op basis van een enquête en interviews met betrokken personen in België wordt de behoefte gedefinieerd aan een metadatabank voor duurzame ontwikkeling. Dit wordt gezien als een operationeel element van het informatiekruispunt inzake duurzame ontwikkeling dat de Federale Diensten voor Wetenschappelijke, Technische en Culturele Aangelegenheden (DWTC) oogt te ontwikkelen met als strategische doelstelling:

'Op een snelle en eenvoudige wijze aan iedereen binnen België

de mogelijkheid te geven concrete gegevens op te zoeken inzake

duurzame ontwikkeling of naar hun bron verwezen te worden'

Hierbij dient de ontwikkeling van de metadatabank rekening te houden met wat reeds voorhanden is op federaal en regionaal niveau en met de internationale tendenzen inzake metadatastandaarden. Verder wordt de metadatabank niet los gezien van de bijkomende uiteindelijke doelstelling de besluitvormingsprocessen op het politieke niveau te ondersteunen en te optimaliseren. Hiervoor wordt een databank nodig geacht, opgebouwd met specifieke indicatoren in functie van de verschillende stappen van het besluitvormingsproces. Het uiteindelijke concept van databank/metadatabank en zijn gebruikers wordt in de volgende figuur schematisch voorgesteld.

D. Le Roy, B. Kestemont, P. Vanhaeken en W.Hecq, Feb 1997